Aan de voorkant van iets. Voor de persoon die iets krijgt, of voor een doel. Eerder dan een bepaalde tijd.
Bijvoorbeeld: Ik wacht voor het station.
In de praktijk: Bij tijd: 'voor tien uur' is eerder dan tien uur. 'Na tien uur' is later.
Notitie: for; in front of; before · /voːr/