Op een bepaalde tijd van de klok. Rond iets heen. Met 'te': voor een doel.
Bijvoorbeeld: De les begint om negen uur.
In de praktijk: 'Ik ga naar de winkel om brood te kopen.' 'Om' en 'te' horen dan samen.
Notitie: at (clock time); around; in order to · /ɔm/