Met 'van': iemand of iets heel fijn vinden. Niet weggeven; bij je hebben.
Bijvoorbeeld: Mijn dochter houdt van paarden.
Zo niet: 'Ik hou van koffie' klinkt sterk. Voor eten zeg je vaak 'ik vind koffie lekker'.
In de praktijk: 'Ik hou van jou.' 'Mag ik dit houden?' In gewone taal zeggen mensen 'ik hou'.
Notitie: to love (houden van); to keep · /ˈɦɑudə(n)/