Nederlands 1000 · Zelfstandig naamwoord
Ouders en kinderen samen in één huis.
Bijvoorbeeld: Wij zijn een gezin van vijf.
Zo niet: 'De familie' is groter: ook opa, oma, ooms en tantes.
Notitie: (nuclear) family, household · /ɦɛt ɣəˈzɪn/