Nederlands 1000 · Bijwoord
Vóór dat moment. Voor dat ding of dat doel.
Bijvoorbeeld: Ik woon nu in Utrecht. Daarvoor woonde ik in Gent.
In de praktijk: 'Daarvoor heb ik geen tijd' betekent: voor dat ding.
Notitie: before that; for that · /daːrˈvoːr/